Het beschadigde brein: wat gebeurt er na hersenletsel?
Het beschadigde brein: wat gebeurt er na hersenletsel?
Schade in het brein
Wanneer iemand niet-aangeboren hersenletsel (NAH) oploopt – bijvoorbeeld door een hersenschudding, ongeval, beroerte of zuurstoftekort – kunnen er veranderingen ontstaan in de werking van het brein.
Deze veranderingen kunnen op verschillende niveaus optreden. Soms raakt een hersengebied beschadigd. Je kunt een hersengebied zien als een knooppunt in een groot wegennetwerk. Elk knooppunt heeft een eigen taak en werkt samen met andere knooppunten om informatie te verwerken. Wanneer zo’n knooppunt beschadigd raakt, kan dit invloed hebben op functies zoals concentratie, geheugen, bewegen of het verwerken van prikkels.
Daarnaast kunnen ook de verbindingen tussen hersengebieden beschadigd of verstoord raken. De wegen tussen de verschillende knooppunten werken dan minder goed. Informatie moet een andere route zoeken om op de juiste plek te komen. Daar waar je vroeger via een snelle snelweg reed, moet je nu misschien een langere route of een zandpad nemen.
Schade aan hersenweefsel is bij sommige vormen van hersenletsel zichtbaar op een MRI- of CT-scan. Schade aan de verbindingen tussen hersengebieden of een verminderde samenwerking binnen hersennetwerken is met een standaard MRI echter vaak niet of slechts beperkt zichtbaar.
Bovendien laat een scan niet altijd zien hoe goed het brein functioneert. Hersenfuncties zijn verdeeld over uitgebreide netwerken en de precieze organisatie daarvan verschilt per persoon. Daardoor is de ernst of aard van de klachten niet altijd af te leiden uit wat op een scan zichtbaar is. Ook wanneer een scan geen duidelijke afwijkingen laat zien, kunnen er dus wel degelijk veranderingen in de werking van het brein zijn die klachten veroorzaken.
Waarom ontstaan er klachten?
Wanneer hersengebieden of de verbindingen daartussen minder efficiënt functioneren, verloopt de samenwerking binnen het brein minder soepel. Taken die vroeger vanzelf gingen, kunnen ineens meer moeite kosten of veel energie vragen. Doordat het brein als het ware vaker “omwegen” moet maken, duurt informatieverwerking langer en raakt het brein sneller belast.
Veel mensen met niet-aangeboren hersenletsel ervaren daardoor klachten zoals:
- vermoeidheid die sneller en heftiger optreedt dan voorheen;
- concentratieproblemen of moeite om de aandacht vast te houden;
- geheugenproblemen of trager denken;
- overprikkeling door licht, geluid of drukte;
- hoofdpijn of een “vol” hoofd;
- duizeligheid of een instabiel gevoel;
- moeite met plannen, organiseren of multitasken.
Deze klachten beïnvloeden elkaar en kunnen van dag tot dag verschillen, afhankelijk van de belasting en de hoeveelheid prikkels.
Hersenletsel gaat niet alleen over schade.
Het gaat vooral om hoe goed hersengebieden nog met elkaar communiceren.
Waarom blijven klachten soms bestaan?
Het brein probeert de veranderingen na hersenletsel zo goed mogelijk op te vangen. De alternatieve routes die worden gebruikt om informatie te verwerken, maken het mogelijk om veel dagelijkse taken toch uit te voeren. Dat is een slimme vorm van compensatie.
Deze alternatieve routes zijn echter minder efficiënt dan de oorspronkelijke verbindingen. Bij een lage belasting lukt het vaak nog goed om hiervan gebruik te maken. Maar wanneer de belasting toeneemt – bijvoorbeeld door werken, sporten, veel prikkels of langdurige concentratie – moeten steeds meer signalen tegelijkertijd over dezelfde omleidingen worden verwerkt.
Je kunt dit vergelijken met wegwerkzaamheden op een snelweg. Zolang er weinig verkeer is, verloopt de omleiding redelijk. Maar tijdens de spits raken de alternatieve routes overvol. Er ontstaat file en het verkeer loopt vast. Op dezelfde manier kan ook het brein tijdelijk vastlopen wanneer te veel informatie tegelijk via minder efficiënte routes verwerkt moet worden.
Hierdoor nemen klachten zoals vermoeidheid, overprikkeling, concentratieproblemen en hoofdpijn toe. Veel mensen gaan vervolgens nog harder hun best doen om te blijven functioneren. Die extra compensatie vraagt opnieuw meer energie van het brein, waardoor de overbelasting verder toeneemt. Zo kan een vicieuze cirkel ontstaan waarin klachten blijven bestaan of zelfs verergeren.
Hoe kan het brein zich herstellen?
Gelukkig is het brein niet statisch. De hersenen kunnen zich aanpassen en nieuwe verbindingen vormen.
Hoe dat werkt en welke rol neuroplasticiteit speelt bij herstel, lees je in onze volgende blog.
Gerelateerde berichten
Je denkt dat je ontspant, maar je brein maakt overuren.
Scrollen, gamen of series kijken voelt als rust, maar vraagt vaak nog veel van je brein. Lees hoe …
Neuroplasticiteit: Hoe train je het brein gericht?
Ontdek waarom de juiste prikkel, uitdaging en herhaling essentieel zijn om het brein gericht te trainen. …